BTW-nieuws‎ > ‎

Twijfel bij Hof Den Bosch over btw-plicht commissaris

Onlangs stond in een procedure voor het Hof Den Bosch het btw-ondernemerschap van een lid van de raad van commissarissen met één commissariaat ter discussie. De betreffende commissaris stelde dat hij ten onrechte als btw-ondernemer is aangemerkt. 

Het Hof Den Bosch ziet zowel argumenten vóór als tegen de opvatting dat de commissaris zelfstandig een economische activiteit verricht en als btw-ondernemer is aan te merken.

'Vóór btw-ondernemerschap pleit dat een lid van de raad van commissarissen binnen deze raad onafhankelijk en kritisch moet opereren ten opzichte van de andere leden van de raad van commissarissen. 'Tegen' de opvatting van btw-ondernemerschap pleit dat er wel een bepaalde verhouding van ondergeschiktheid is wat betreft arbeidsvoorwaarden en honorering waardoor de commissaris als het ware in loondienst is.

In deze procedure ging het om een gemeenteambtenaar die daarnaast lid was van de raad van commissarissen van een stichting die huisvesting aanbiedt.


Vraag aan het Europese Hof van Justitie

Volgens Hof Den Bosch bestaat er zoveel twijfel over het antwoord op de vraag naar het btw-ondernemerschap, dat het stellen van een prejudiciële vraag aan het HvJ EU noodzakelijk is.

Het Hof vraagt daarom of een lid van de RvC van een stichting, die voor zijn arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden wel in een ondergeschikte positie verkeert ten opzichte van de rvc, maar die overigens niet in een ondergeschikte positie verkeert ten opzichte van de rvc of de stichting, deze activiteiten verricht als btw-ondernemer.


Moet er nu actie worden ondernomen?  Niets doen lijkt de beste optie. 

Als het Europese Hof het oordeel zou gaan uitspreken dat er geen sprake zou zijn van btw-ondernemerschap, dan kan dit in de toekomst gevolgen hebben voor de btw-afdracht van individuele commissarissen en het in rekening brengen van btw bij de organisatie waar zij commissaris zijn. 
Daarbij zullen weer nieuwe vragen aan de orde kunnen komen, bijvoorbeeld

  • Geldt de uitspraak voor alle commissarissen met één commissariaat, of is er (bijvoorbeeld)  een uitzondering voor commissarissen die andere activiteiten als (btw-)ondernemer vervullen. 
  • Heeft de uitspraak ook gevolgen als er sprake is van meerdere commissariaten. 
  • Hoe te handelen bij een verandering van het aantal commissariaten (bijvoorbeeld van 1 naar 2 of van 2 naar 1)
  • Wat zijn de consequenties als de Kleineondernemersregeling (KOR) wordt toegepast.
  • Vanaf 2020 mag de KOR worden toegepast bij een omzet onder € 20.000, ontstaat er dan een andere situatie?
  • Wat betekent dit voor de btw die in rekening wordt gebracht bij de organisatie. Vanaf welk moment kan/moet deze worden aangepast aan nieuwe regelgeving. 
  • Werkt een nieuwe regeling financieel neutraal uit voor de commissaris of ontstaat er een financieel nadeel, omdat de KOR niet meer kan worden toegepast. 
  • Wat is het financieel effect voor de organisatie. Als de organisatie de btw volledig kan verrekenen, dan werkt het financieel neutraal uit. 
Kortom, bij een verandering ontstaan er weer de nodige nieuwe administratieve vraagstukken en bijbehorende lasten. Het zal er zeker niet eenvoudiger op worden, terwijl het financieel effect voor commissarissen en organisaties heel beperkt zal zijn. 

Op dit moment lijkt niets doen de beste optie. 
Het zal nog wel even duren totdat het Europese Hof van Justitie deze vraag heeft beantwoord. Het is natuurlijk voor commissarissen mogelijk om formeel bezwaar te maken tegen de eigen btw-aangifte(s) om eventuele rechten veilig te stellen, maar het lijkt erop dat een eventuele wijziging neutraal of nadelig uitwerkt voor de commissaris. 
Bovendien mag worden verwacht de de Belastingdienst bij een verandering met aanwijzingen zal komen over de administratieve afwikkeling van eventuele correcties.

Nieuwe Kleineondernemersregeling vanaf 2020

Geplaatst 12 apr. 2019 02:44 door Redactie   [ 12 apr. 2019 02:44 bijgewerkt ]

Commissarissen met een jaaromzet tot maximaal € 20.000 kunnen vanaf 2020 worden vrijgesteld van btw-heffing. 
De Belastingdienst zal rond 1 juni 2019 de voorwaarden en de aanmeldingsprocedure publiceren.  
Als de aanvraag is ingediend vóór 20 november 2019, dan kan de regeling vanaf 1 januari 2020 worden toegepast. 
Zie voor nadere informatie ......

1-1 of 1